Hof Den Haag 28 augustus 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2348

Parkeerbelasting. Het Hof acht, gelet op de door de Heffingsambtenaar overgelegde foto's en een uitdraai uit het GPS-systeem, bewezen dat belanghebbendes auto geparkeerd stond ter hoogte van Y 151. Uit door de Heffingsambtenaar overgelegde kaarten blijkt dat de afstand tussen belanghebbendes auto en de dichtstbijzijnde parkeerautomaten 10 resp. 40 meter bedraagt. Vijf minuten is dan ruim voldoende voor het lopen naar één van deze twee parkeerautomaten en het afronden van de betalingshandeling. Belanghebbende heeft de voor het parkeren verschuldigde belasting zes minuten na de controle betaald bij een parkeerautomaat 300 meter verderop. Belanghebbende heeft dus niet binnen een redelijke termijn de parkeerbelasting voldaan. Voorts heeft de Heffingsambtenaar de naheffingsaanslag terecht berekend over een parkeerduur van een uur omdat uit artikel 234, lid 3, Gemeentewet volgt dat naheffing niet behoeft te worden beperkt tot de te weinig betaalde parkeerbelasting.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen