Hof Den Haag 6 augustus 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2102
De verdachte heeft verklaard dat hij wist dat zijn toenmalige vrouw en de moeder van zijn destijds zes respectievelijk drie jaar oude dochters te kampen had met psychische klachten en dat hij zich zorgen maakte dat zij hun kinderen niet (altijd) de zorg bood die van een moeder verwacht mag worden. Op enig moment heeft de verdachte bij zijn oudste dochter verwondingen op het lichaam gezien die er op duidden dat zij door haar moeder was gebrandmerkt met een hete vork. Na die ontdekking heeft de verdachte in zijn rol als vader van dat jonge meisje naar het oordeel van het hof onvoldoende adequaat gereageerd. Hij heeft nagelaten contact te zoeken met hulpverlenende instanties en heeft geen medische zorg geboden of ingeroepen. Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 140 uren, subsidiair 70 dagen hechtenis.
De uitspraak op rechtspraak.nl