Hof Den Haag 16 juli 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2024
Aanslag schenkbelasting. Toepassing vrijstelling voor schulden. De aanslag is met toepassing van art 29 SW opgelegd aan de schenker omdat bij de Inspecteur onzekerheid bestond over de verkrijger. De Stichting heeft als schenker bezwaar en beroep ingesteld tegen de aanslag en daarbij een beroep gedaan op art 33, onderdeel 8, SW. Ingevolge art 33, onderdeel 8, SW is de vrijstelling voor schulden pas van toepassing ingeval sprake is van een negatief vermogen en betaling van schulden aan derden. Naar het oordeel van het Hof maken belanghebbenden niet aannemelijk dat zij niet in staat zijn om hun schulden te voldoen. Voor zover belanghebbenden stellen dat de Rechtbank de Inspecteur had moeten veroordelen in de kosten die de Stichting in verband met de procedure in bezwaar en beroep heeft moeten maken, verwerpt het Hof die stelling. Volgens art 8:75 AWB komen alleen die kosten voor vergoeding in aanmerking die een partij in de procedure heeft moeten maken. De Stichting is geen partij in de procedure. Vgl. Gerechtshof Den Haag 1 augustus 2018, nr. 17/00949, ECLI:NL:GHDHA:2018:2011, r.o. 7.2 en 7.3.
De uitspraak op rechtspraak.nl