Hof Den Haag 24 juli 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1987
Veroordeling wegens het medeplegen van moord en het opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen en een hennepplantage. De verdachte heeft in opdracht en in ruil voor verdovende middelen met voorbedachte rade een voor hem onbekend slachtoffer met een hagelgeweer doodgeschoten. Het hof legt – net als de rechtbank – aan de verdachte een gevangenisstraf voor duur van 14 jaar op. Verwerping verweer dat de doorzoeking in de woning van de verdachte onrechtmatig heeft plaatsgevonden. Verwerping verweer dat er vanwege beroep op verschoningsrecht geen sprake is geweest van een behoorlijke en effectieve ondervragingsmogelijkheid van getuige: het ondervragingsrecht is in de onderhavige strafrechtelijke procedure voldoende gerespecteerd. Overwegingen over betrouwbaarheid verklaringen medeverdachte en herkenning bij meervoudige fotoconfrontatie. Gezichtsherkenningsrapport over de vergelijking van de compositietekening van de schutter met de politiefoto van de verdachte met behulp van gezichtsherkenningssoftware niet bruikbaar voor het bewijs. Tijdlijn op grond van telecomgegevens. Nadere bewijsoverwegingen over voorbedachte raad. Matiging straf vanwege overschrijding redelijke termijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl