Hof Den Haag 3 juli 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1874

Belanghebbende heeft de waarde van een tweetal bij Zwitserleven ondergebrachte pensioenaanspraken laten overdragen aan zijn BV. De eerste pensioenaanspraak betreft een aanspraak opgebouwd als directeur-grootaandeelhouder. Op het moment van de overdracht van de pensioenaanspraak was het in de BV aanwezige vermogen ontoereikend om aan de pensioenaanspraak te kunnen voldoen. Bovendien heeft de BV nagenoeg de volledige waarde uitgeleend aan belanghebbende zonder hierbij zekerheden te bedingen en zonder dat belanghebbende verhaal bood. Het Hof is met de Rechtbank van oordeel dat belanghebbende deze pensioenaanspraak heeft prijsgegeven. De tweede pensioenaanspraak betreft een aanspraak opgebouwd als werknemer (een zogenoemd werknemerspensioen of C-polis) . Het Hof sluit zich aan bij het oordeel van de Rechtbank dat de BV ten aanzien van deze pensioenaanspraak geen toegelaten verzekeraar is als bedoeld in artikel 19a lid 1, Wet LB 1964 zodat sprake is van een afkoop als bedoeld in artikel 19, lid 2, Wet LB 1964.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken