Hof Den Haag 25 juni 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1840

Waarde in het economische verkeer van woning wordt door Hof lager vastgesteld dan de aankoopprijs. Als uitgangspunt bij de bepaling van de waarde van de woning heeft te gelden het bedrag waarvoor belanghebbende de woning heeft gekocht. Het Hof verwerpt evenals de Rechtbank het beroep op de meerderheidsregel omdat de door belanghebbende genoemde woningen niet vrijwel identiek zijn. Een beroep op het gelijkheidsbeginsel kan ook slagen wanneer de heffingsambtenaar zonder reden afwijkt van door hem bij de waardebepaling gevoerd beleid. Hiervan is in dit geval sprake. De heffingsambtenaar heeft gesteld dat de gemeente een ingroeibeleid toepast in het geval, zoals hier, in een rijtje min of meer soortgelijke woningen een woning recent is verkocht. In dit geval is als gevolg van dat beleid bij de waardebepaling van de overige woningen in het rijtje slechts in geringe mate rekening is gehouden met het verkoopcijfer van de woning van belanghebbende in die zin dat bij de overige woningen in het rijtje pas na verloop van tijd ten volle rekening zal worden gehouden met het verkoopcijfer van de woning van belanghebbende omdat een andere handelwijze onrust meebrengt. Belanghebbende heeft in dit opzicht terecht een beroep op het gelijkheidsbeginsel gedaan. Het Hof stelt de waarde vervolgens in goede justitie vast.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken