Hof Den Haag 29 mei 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1360

De echtgenote van belanghebbende heeft in de periode van 2011 tot en met 2017 een studie Ph.D. (D) aan de (E) University in de Verenigde Staten gevolgd. De Inspecteur heeft de door belanghebbende voor het jaar 2014 geclaimde aftrek van scholingsuitgaven niet verleend. Het Hof oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn echtgenote in het onderhavige jaar in redelijkheid kon verwachten de door haar geambieerde functie te kunnen gaan uitoefenen. Voorts is van schending van het vertrouwensbeginsel geen sprake. Aan de omstandigheid dat de Inspecteur de aftrek van scholingsuitgaven voor de jaren 2015 en 2016 wel heeft toegestaan, kan belanghebbende niet het in rechte te beschermen vertrouwen ontlenen dat de Inspecteur de aftrek van scholingsuitgaven ook voor het jaar 2014 zou toestaan. De aangiften voor die jaren zijn namelijk geautomatiseerd afgedaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken