Hof Den Haag 3 april 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:752

Chauffeurs, pakketbezorgers voor in hoofdzaak één opdrachtgever, zijn geen vennoot in een vof omdat zij niet op voet van gelijkwaardigheid samenwerken met de vennoten in de vof. Zij zijn evenmin op andere grond aan te merken als ondernemer. Een uitzendovereenkomst kan niet worden aangenomen omdat de vervoersovereenkomst is uitgezonderd van de overeenkomst van opdracht. Het Hof laat in het midden of sprake is van een reguliere arbeidsovereenkomst aangezien het van oordeel is dat sprake is van een fictieve dienstbetrekking. De naheffingsaanslagen loonheffing zijn daarom terecht opgelegd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat het geval van belanghebbende niet vergelijkbaar is met dat van PostNL. Artikel 4, aanhef en letter e, Wet LB 1964, artikel 2a Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965, artikel 7:400 BW, artikel 7:610 BW, artikel 7:690 BW.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken