Hof Den Haag 13 november 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3122
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de heffing van belasting over het forfaitair bepaald belastbaar inkomen uit sparen en beleggen onrechtmatig is. Voorts stelt belanghebbende zich op het standpunt dat box 3-heffing voor haar leidt tot een individuele buitensporige last. Het Hof vat de standpunten van belanghebbende op als strekkende ten betoge dat de box 3-heffing onverenigbaar is met het gelijkheidsbeginsel van het EVRM en/of met het recht op het ongestoord genot van eigendom van artikel 1 EP EVRM. Het Hof beslist dat de wetgever in redelijkheid heeft kunnen oordelen dat voor de box3-heffing uit het oogpunt van eenvoud, uitvoerbaarheid en het voorkomen van belastingontwijking een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Er is dan ook geen sprake van een verboden discriminatie. Verder beslist het Hof dat zowel op regelgevend niveau als op individueel niveau sprake is van een fair balance. Er is (nog) geen sprake van een individuele buitensporige last.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:511
- HR 29 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2517
- HR 17 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:442
- Rb. Den Haag 2 februari 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:1001
- HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2663
- HR 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1129
- HR 3 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:812
- HR 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:343
- HR 12 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9799
- HR 10 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3103
- HR 3 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BC2816