Hof Den Haag 13 november 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3122

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de heffing van belasting over het forfaitair bepaald belastbaar inkomen uit sparen en beleggen onrechtmatig is. Voorts stelt belanghebbende zich op het standpunt dat box 3-heffing voor haar leidt tot een individuele buitensporige last. Het Hof vat de standpunten van belanghebbende op als strekkende ten betoge dat de box 3-heffing onverenigbaar is met het gelijkheidsbeginsel van het EVRM en/of met het recht op het ongestoord genot van eigendom van artikel 1 EP EVRM. Het Hof beslist dat de wetgever in redelijkheid heeft kunnen oordelen dat voor de box3-heffing uit het oogpunt van eenvoud, uitvoerbaarheid en het voorkomen van belastingontwijking een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Er is dan ook geen sprake van een verboden discriminatie. Verder beslist het Hof dat zowel op regelgevend niveau als op individueel niveau sprake is van een fair balance. Er is (nog) geen sprake van een individuele buitensporige last.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken