Hof Den Haag 20 augustus 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2700
Naar het oordeel van het hof is niet gebleken van een dringende maatschappelijke behoefte, een “pressing social need”, voor het verbieden van de tekst op de posters, zodat de beperking van het recht op vrije meningsuiting in de vorm van een veroordeling van verdachte wegens smaadschrift niet noodzakelijk is in een democratische samenleving. Dit leidt ertoe dat de regeling van artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht op grond van artikel 94 Grondwet buiten toepassing wordt gelaten. Het hof is van oordeel dat het bewezen verklaarde geen strafbaar feit oplevert. De verdachte moet derhalve terzake van dat feit worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
De uitspraak op rechtspraak.nl