Hof Den Haag 6 oktober 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2861
In hoger beroep is in geschil: of de aanslag diende te voldoen aan de vereisten die in artikel 16 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) aan een navorderingsaanslag worden gesteld en zo ja, of deze vereisten aan het opleggen van de aanslag in de weg stonden; of de Inspecteur onrechtmatig, althans onredelijk en willekeurig, heeft gehandeld doordat hij de aangifte van belanghebbende aan een nader onderzoek heeft onderworpen, enkel en alleen omdat deze aangifte is ingediend door de gemachtigde van belanghebbende; of de Inspecteur de in de aangifte vermelde uitgaven voor levensonderhoud van kinderen in aftrek had moeten toelaten; of de Inspecteur de in de aangifte vermelde uitgaven voor specifieke zorgkosten in aftrek had moeten toelaten en daarbij de uitgaven voor vervoer in verband met ziekte en invaliditeit in aanmerking had moeten nemen tot een bedrag van € 7.084 dan wel € 2.924.
De uitspraak op rechtspraak.nl