Hof Den Haag 23 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:945

In geschil is of de wetgever, door het voordeel uit sparen en beleggen te bepalen op 4% van de rendementsgrondslag voor zover deze meer bedraagt dan het heffingvrije vermogen (hierna: het forfaitaire stelsel), mede gelet op het toepasselijke tarief, artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EP EVRM) heeft geschonden, in het bijzonder in gevallen waarin de tot de rendementsgrondslag behorende bezittingen geheel of grotendeels bestaan uit bank- en spaartegoeden en geldmarktfondsen; het forfaitaire stelsel, mede gelet op het toepasselijke tarief, in het individuele geval van belanghebbende in strijd is met artikel 1 EP EVRM omdat het voor belanghebbende leidt tot een buitensporig zware last.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken