Hof Den Haag 20 april 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1215

In geschil is of belanghebbende recht heeft op de partnervrijstelling als bedoeld in artikel 1a in verbinding met artikel 32, lid 1, ten vierde, onder a, van de Successiewet 1956 (SW) en, zo dat niet het geval is, of het niet verlenen van de vrijstelling in strijd is met het verbod van ongelijke behandeling zoals neergelegd in artikel 14 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 26 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen