Hof Den Haag 22 april 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:981
In hoger beroep is, evenals voor de rechtbank, in geschil of de met ingang van 1 januari 2013 in artikel 32bd van de Wet LB 1964 opgenomen regeling in het geval van belanghebbende leidt tot een belastingheffing die in strijd is met: - artikel 1 en het systeem van de Wet op de Loonbelasting 1964, - artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: artikel 1 EP EVRM), waarbij het geschil zich in het bijzonder toespitst op de vraag of de terugwerkende kracht die in de regeling besloten ligt ontoelaatbaar is en of hiermee een disproportionele last op belanghebbende wordt gelegd, - het verdragsrechtelijke gelijkheidsbeginsel van artikel 26 Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (hierna: IVBPR) en artikel14 EVRM.
De uitspraak op rechtspraak.nl