Hof Den Haag 3 december 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3357

Artt. 47 en 416 Sr. Veroordeling ter zake van medeplegen van opzetheling van afbeeldingen van eindexamenopgaven tot een werkstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest (eindexamendiefstal Ibn Ghaldoun). Het hof verklaart het Openvaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging van de verdachte. De kernvraag luidt of de verdachte mag worden vervolgd voor de heling van examens, terwijl hij op een eerder moment al geconfronteerd is met de ongeldigverklaring van de gemaakte examens van het centraal schriftelijk eindexamen 2013 en de verdere uitsluiting van het maken van enig examen in 2013. Naar het oordeel van het hof zijn de door artikel 5 van het Eindexamenbesluit VO en de artikelen 310, 311 en 416 Wetboek van Strafrecht beschermde rechtsgoederen in hoge mate onvergelijkbaar, terwijl ook de gevolgen van ingevolge artikel 5 Eindexamenbesluit VO te treffen maatregelen dan wel de ingevolge het Wetboek van Strafrecht op te leggen sancties sterk verschillend van aard zijn en een heel verschillend doel dienen. Van een schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde door het Openbaar Ministerie door verdachte te vervolgen is dan ook geen sprake. Het hof is voorts van oordeel dat de (op een gegevensdrager geladen) digitale afschriften van de weggenomen eindexamenopgaven kunnen worden aangemerkt als een “goed” in de zin van artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken