Hof Den Haag 28 oktober 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2996
In geschil is of bij de bepaling van de waarde van de onroerende zaak de waarderingsuitzondering van artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel g, van de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet WOZ (hierna: URUOW) en artikel 220d, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Gemeentewet (hierna: de waarderingsuitzondering) dient te worden toegepast.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1776
- HR 22 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX6666
- HR 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO5080
- HR 14 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU4300
- HR 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AO9006
- HR 29 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8610
- HR 4 december 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC4804
- HR 7 mei 1980, ECLI:NL:HR:1980:AW9982