Hof Den Haag 23 september 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2571

Het hof wijst het verzoek tot wraking af. De wrakingskamer is van oordeel dat de enkele omstandigheid dat de meervoudige strafraadkamer nader onderzoek wil – door de verdachte in persoon te horen en door de advocaat-generaal schriftelijk te laten reageren op hetgeen naar voren is gebracht door de raadsvrouw – alvorens te beslissen op het ingestelde hoger beroep tegen de verlenging van de geldigheidsduur van het bevel gevangenhouding daaronder mede begrepen de rechtmatigheid van dit bevel, geen uitzonderlijke omstandigheid oplevert die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de raadsheren jegens de verzoeker een vooringenomenheid koesteren, althans dat de bij de verzoeker dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen