Hof Arnhem 4 oktober 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BT6907
Daderschap rechtspersoon. Redelijke toerekening vormt volgens de HR de grondslag voor daderschap van de rechtspersoon (HR 21 oktober 2003, NJ 2006, 328). Nu niet is komen vast te staan dat de activiteiten door de werknemer op enigerlei wijze voor verdachte zijn verricht en informatie omtrent de concrete onderlinge verhoudingen tussen dochteronderneming [naam dochteronderneming verdachte] en moederonderneming [verdachte] ontbreekt, is het hof van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat het tenlastegelegde redelijkerwijs (ook) aan verdachte kan worden toegerekend. De enkele omstandigheid dat er sprake is van een 100% moeder-dochter verhouding tussen de rechtspersonen is onvoldoende. Daderschap van verdachte kan derhalve niet worden bewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl