Hof Arnhem 26 mei 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BR5332

Verzoeken ex artikel 591 en 591a W.v.Sv. Het hof is van oordeel dat de afspraak tussen verzoeker en zijn werkgever over de kosten van rechtsbijstand een wezenlijk ander karakter heeft dan rechtsbijstand op grond van een verzekering of het lidmaatschap van een vakbond. Een verzekering voor rechtsbijstand ziet op een onzekere toekomstige gebeurtenis. Indien aan het lidmaatschap van een vakbond, een aanspraak op rechtsbijstand is verbonden, is dat lidmaatschap op dat punt met zo’n verzekering te vergelijken omdat die aanspraak ook pleegt te zien op een onzekere toekomstige gebeurtenis. De afspraak tussen verzoeker en zijn werkgever is echter gemaakt nadat de gebeurtenis zich heeft voorgedaan, nog daargelaten of er wel sprake is van een betaling bij wijze van voorschot door de werkgever. Er is daarom geen sprake van vergelijkbare gevallen. Anders dan de raadsvrouw heeft betoogd komen de kosten van rechtsbijstand slechts voor vergoeding in aanmerking voor zover deze daadwerkelijk ten laste van de gewezen verdachte komen of zijn gekomen. Noch de wetsgeschiedenis, noch de wetsystematiek staat aan dat beginsel in de weg. Naar het oordeel van het hof is in casu feitelijk geen sprake van betaling bij wijze van voorschot door de werkgever maar van een situatie waarin de kosten van rechtsbijstand door de werkgever worden gedragen en de werkgever door een afspraak met verzoeker heeft veilig willen stellen dat, indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel of zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, wordt gepoogd (een deel van) die kosten te verhalen op de Staat der Nederlanden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen