Hof Arnhem 8 april 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0769
Vrijspraak feit 1. Het hof acht op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een dassenburcht heeft beschadigd, vernield of verstoord. Ontslag van alle rechtsvervolging feit 2. Op grond van artikel 1 van het Besluit inzake het houden van een waak- of heemhond is het de eigenaren of gebruikers van erven, landerijen of andere terreinen verboden daarop een hond te houden, die aan een ketting of op ander wijze is vastgelegd, als niet is voldaan aan de in artikel 2 van het besluit gestelde eisen. Deze verboden gelden op grond van artikel 6 van het Besluit niet als de houder van de hond aannemelijk maakt dat hij het dier niet houdt als waak- of heemhond. Verdachte heeft ter zitting van het hof aannemelijk gemaakt dat hij de honden niet als waak- of heemhond heeft gehouden. Gelet daarop geldt het verbod van artikel 1 van genoemd Besluit hier niet, zodat verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging.
De uitspraak op rechtspraak.nl