Hof Arnhem 15 februari 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BP6612

BW 7:369, 7:370 en 7:377. Welke eisen te stellen aan motivering van verzet tegen pachtopzegging? Beperkte speelruimte bij beëindigingsgrond van bestemmingswijziging. Art. 7:369 BW schrijft voor dat de pachter bij gelegenheid van zijn verzet tegen de opzegging de redenen opgeeft “waarop hij dit verzet grondt”. De wet omschrijft niet van welke aard die redenen moeten zijn en formuleert ook niet, in ieder geval niet met zoveel woorden, de eis dat de pachter ingaat op de door de verpachter gebezigde opzeggingsgrond(en). Zonder een duidelijke wettelijke grondslag acht het hof het niet juist om aan het verzet door de pachter niettemin een zodanige eis te stellen. In dit verband is van belang dat het verzet een partijhandeling is, in de zin dat zij door de pachter zelf kan en veelal ook zal worden verricht, zonder tussenkomst van een juridische professional. Gelet op het verplichte karakter van de ontbindingsgrond van art. 7:377 BW moet worden aangenomen dat de pachtrechter ook in het geval van de toepasselijkheid van de beëindigingsgrond van art. 7:370 lid 1 aanhef en onder e BW slechts een beperkte beoordelingsspeelruimte heeft.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen