Hof Arnhem 16 juni 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BI8693

De terbeschikkinggestelde is niet-ontvankelijk in het tegen de beslissing van de rechtbank ingestelde hoger beroep. Het hoger beroep is pas na het verstrijken van de wettelijke termijn van veertien dagen ingesteld. De raadsman van betrokkene heeft ter terechtzitting ten overstaan van het hof aangevoerd dat betrokkene door de rechtbank niet zou zijn gewezen op het binnen veertien dagen in te stellen rechtsmiddel hoger beroep. Echter, betrokkene was voorzien van rechtskundige bijstand waarop hij zich mocht verlaten. Een verzuim binnen de interne bedrijfsvoering van de raadsman leidt niet tot een verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Daarbij heeft de raadsman verklaard geen medische onderbouwing te hebben voor het feit dat betrokkene ten tijde van de betekening van de uitspraak van de rechtbank bestraald werd. Uit de enkele omstandigheid dat iemand bestraald wordt vloeit echter niet voort dat hij na kennisneming van de uitspraak -gedurende langere tijd- niet in staat was het openstaande rechtsmiddel aan te wenden of te doen aanwenden. Er is dan ook niet gebleken van een omstandigheid die communicatie tussen betrokkene en zijn raadsman binnen die veertien dagen in de weg kan hebben gestaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen