Hof Arnhem 7 april 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BI0507

In deze zaak is tenlastegelegd het zonder vergunning in werking hebben van een inrichting voor het opslaan van afvalstoffen, bestaande uit (natte) aardappeltarragrond, afkomstig uit het proces van aardappelverwerking van een fritesfabriek, het lozen van vocht afkomstig van natte aardappeltarragrond in de bodem en het zonder omschrijving en begeleidingsbrief in ontvangst nemen van dergelijke aardappeltarragrond. Naar het oordeel van het hof is er op beide percelen van verdachte sprake geweest van het zonder vergunning in werking hebben van een inrichting voor het opslaan van afvalstoffen, bestaande uit aardappeltarragrond. In het onderhavige geval betrof de aardappeltarragrond een afvalstof in de zin van artikel 1.1., eerste lid, Wet milieubeheer. De tenlastegelegde feiten worden bewezenverklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen