Hof Arnhem 11 maart 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BH5762
Gedeeltelijke toewijzing van de vordering tot achterwege blijven van de vervroegde invrijheidstelling. Het hof is van oordeel dat thans voldoende is komen vast te staan dat verdachte zich aan de strafbare feiten, waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, heeft schuldig gemaakt en dat die feiten zeer ernstige misdragingen vormen in de zin van artikel 15a, eerste lid aanhef en sub c van het Wetboek van Strafrecht. Het hof is van oordeel, dat de aard van de feiten rechtvaardigt, dat de vervroegde invrijheidstelling van veroordeelde voor een deel achterwege blijft. Het hof zal daarom de vordering van de officier van justitie deels toewijzen.
De uitspraak op rechtspraak.nl