Hof Arnhem 24 februari 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BH4132

Ten slotte heeft [geïntimeerde] (eerst ter comparitie in hoger beroep) nog aangevoerd dat de kabel nu wel op een goede manier is ingegraven. Essent heeft in de memorie van grieven (sub 54) uitgelegd en aangevoerd dat er maar een klein deel van de kabel is vervangen: het vervangen gedeelte is door middel van twee verbindingsstukken met de oude kabel verbonden. De verbindingsstukken zijn de zwakste onderdelen van een kabel. Op enig moment zal Essent deze kabel moeten vervangen. [geïntimeerde] heeft hiertegen geen gemotiveerd verweer gevoerd (mva sub 4, laatste alinea) noch onderbouwd welk voordeel Essent hier heeft behaald door de kabel te vervangen en op een bepaalde diepte in te graven. Dat het op diepte ingraven van de kabel geleid heeft tot extra kosten volgt ook niet uit de factuur d.d. 13 december 2004 van Essent (prod. 3 inl. dagv.). Dit verweer van [geïntimeerde] faalt ook. Aan getuigenbewijs komt het hof niet toe nu (nader) bewijs niet van invloed is op de hiervoor weergegeven oordelen; het bewijsaanbod van [geïntimeerde] mist derhalve relevantie. Nu grief 1 slaagt – en de verweren van [geïntimeerde] niet opgaan – zal het bestreden vonnis moeten worden vernietigd. Het hof zal de vorderingen van Essent alsnog toewijzen, uitvoerbaar bij voorraad zoals gevorderd. [geïntimeerde] heeft geen ander, gemotiveerd verweer gevoerd tegen de hoogte van de gevorderde hoofdsom en de daarover berekende wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten (inl. dagv. sub 31-32), zodat die vorderingen toewijsbaar zijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen