Hof Arnhem 13 februari 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BH2953
Oplichting (beleggingsfraude) en overtreding van de Wet toezicht kredietwezen 1992, deze feiten begaan door rechtspersonen, terwijl verdachte feitelijk leiding heeft gegeven, 3 jaar en 9 maanden gevangenisstraf. Verdachte is vrijgesproken van deelneming aan een criminele organisatie nu geen sprake is geweest van een samenwerkingsverband van twee of meer personen. Namens verdachte is het verweer gevoerd dat er geen sprake was van de bedoeling om op te lichten en dat hij geen feitelijk leidinggever was van één van de rechtspersonen. Voorts is het verweer gevoerd dat verdachte uit schriftelijk informatie zijdens de AFM heeft begrepen dat voor zijn activiteiten een ontheffing of vergunning niet vereist was. De verweren worden door het hof verworpen. Uit de bewijsmiddelen is af te leiden dat verdachte reeds bij het binnenhalen van de te beleggen gelden niet van plan moet zijn geweest beleggingen te doen zoals aan de inleggers is voorgespiegeld. Voorts heeft verdachte niet aan kunnen tonen dat hij bevestiging van de AFM heeft gekregen met betrekking tot die schriftelijke informatie.
De uitspraak op rechtspraak.nl