Hof Arnhem 14 januari 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BH2466

Afwijzing van de vordering tot achterwege blijven van de vervroegde invrijheidstelling. De officier van justitie heeft de advocaat-generaal in december 2008 laten weten dat de originele stukken van de nieuwe strafzaak tegen veroordeelde niet meer te vinden zijn en dat een vervolging niet erg sterk zou overkomen. De advocaat-generaal trekt hieruit de conclusie dat er geen vervolging van veroordeelde meer valt te verwachten en derhalve ook geen veroordeling. Op grond van het bovenstaande en de ontkenning van verdachte, dat hij zich aan de in de vordering genoemde feiten zou hebben schuldig gemaakt, is het hof in deze fase van het onderzoek onvoldoende gebleken dat er een gerede kans is dat een strafrechter later oordelend tot een veroordeling terzake van bezit/handel in XTC-pillen zal komen. Het hof is van oordeel dat op grond van de thans voorhanden informatie niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een ernstige misdraging in de zin van artikel 15a, eerste lid, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen