Hof Arnhem 2 december 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BG7055

Art 31 Pachtwet (oud) Art 7:350 BW De vraag of de billijkheid als bedoeld in het eerste lid van artikel 3 Pachtwet mee kan brengen dat een hogere vergoeding verschuldigd is dan het verschil tussen het bedrag van de ter zake van de verbeteringen ten laste van de pachter gekomen kosten en het bedrag in verband met de mate waarin de pachter de vruchten van de verbeteringen reeds heeft kunnen genieten, beantwoordt het gof - in overeenstemming met de heersende opvatting in de literatuur - ontkennend. het bedrag dat voor de pachter met de gedane investeringen was gemoeid, vormt voor de hoogte van de vergoeding een bovengrens. Volgens het tweede lid van artikel 31 pachtwet moet dat bedrag vervolgens lager worden gesteld naarmate de pachter de vruchten van de aangebrachte verbeteringen reeds heeft kunnen genieten. De verwijzing naar de billijkheid in het eerste lid van bedoeld artikel 31 biedt de ruimte om met de bijzondere omstandigeheden van het geval rekening te houden binnen de grenzen die artikel 31 stelt en strekt er niet toe bedoelde bovengrens weg te nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen