Hof Arnhem 16 september 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BG4561
Schriftelijke vastlegging pachtovereenkomst. Omvang en ontsluiting van het gepachte. Indeplaatsstelling. Pachter slaagt niet in bewijs dat met verpachter toevoeging van bepaald perceel aan het gepachte is overeengekomen. Aanbod pachter tot leveren aanvullend bewijs wordt gepasseerd. Op verpachter rust bewijslast ter zake van de stelling dat pachter heeft ingestemd met nieuwe door verpachter aangelegde ontsluitihngen van het gepachte. Op pachter rust bewijslast ter zake van de stelling dat ook een deel van een bepaald perceel waar zich een vangplek en draaihekken bevinden tot de pacht behoort, en terzake van de stelling dat tussen pertijen een jaarlijkse pachtprijs van ƒ 10.000,-- voor het gepachte als geheel is overeengekomen en niet een jaarlijkse pachtprijs van ƒ 1.000,-- per ha. Omstandigheden rond de verdeling van een nalatenschap leveren geen reden op om de vordering tot indeplaatsstelling naar billijkheid af te wijzen. Het hof wenst inlichtingen omtent (economisch) belang pachter bij indeplaatsstelling, omtrent overgang van feitelijke zeggenschap over exploitatie gepachte op maatschap en omtrent persoon pachter. Het hof gelast een comparitie van partijen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 164 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 170 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 217 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 353 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 68a Overgangswet NBW
- Artikel 7:317 BW7
- Artikel 7:363 BW7