Hof Arnhem 10 november 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BG4227

Gelet op de hierboven onder bewijsmiddel 1 opgenomen verklaring van de verdachte, is het hof van oordeel dat de verdachte zich op 21 april 2004 in de hoedanigheid van reiziger op het NS-station te [plaats b] bevond. Hieraan kan - anders dan de raadsman ter terechtzitting van 27 oktober 2008 heeft aangevoerd - niet afdoen de omstandigheid dat de verdachte door een conducteur de toegang tot een trein was geweigerd. Uit de verklaring van de verdachte blijkt immers enkel dat hem de toegang was geweigerd tot de trein richting [plaats c]. Uit die verklaring, noch uit enig ander stuk blijkt dat de verdachte door een conducteur (tevens) de toegang is geweigerd tot de trein richting [plaats a]. Evenmin kan hier aan afdoen de omstandigheid of verdachte al dan niet in het bezit was van een geldig vervoersbewijs. Ook anderszins is niet gebleken of aannemelijk gemaakt of geworden dat verdachte niet als reiziger dient te worden aangemerkt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen