Hof Arnhem 24 juni 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BG1606
(vervolg HR 15 september 2006, LJN AX9402) Dit hof overweegt hieromtrent dat het burenrecht zich weliswaar in beginsel richt tot de eigenaars van naburige erven, doch dat de aard en de inhoud van de rechten en verplichtingen welke toekomen aan dan wel rusten op een niet-eigenaar die op grond van een bepaalde rechtsverhouding met de eigenaar bevoegd is tot het gebruik van het erf, in samenhang met de burenrechtelijke bepaling evenwel kunnen meebrengen dat bepalingen van het burenrecht van overeenkomstige toepassing zijn op de gebruiker/niet-eigenaar. Naar het oordeel van dit hof bestaat geen bezwaar tegen een beroep op artikel 719 BW (oud) door de persoonlijk gerechtigde/gebruiker indien deze in de desbetreffende procedure samen met de eigenaar van het perceel optreedt. Nu de stichting eigenares is van het perceel [B] en zij die onroerende zaak aan [geïntimeerde sub 2] heeft verhuurd of in bruikleen gegeven, komt in dit geding naast de stichting ook aan [geïntimeerde sub 2] een beroep op een buurweg toe, indien daarvan sprake blijkt te zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl