Hof Arnhem 25 maart 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BE8720

Persoonlijk gebruik. Inbreng in BV BW 7:355, 7:363, 7:419 Niet op voorhand is ondenkbaar dat onder omstandigheden een vennootschap met de pachter kan worden vereenzelvigd, in die zin dat de inbreng van het gepachte in die vennootschap ook zonder toestemming van de verpachter aan de pachter vrij staat en bovendien dat de pachter – tegen de achtergrond van het beginsel zoals dat ten grondslag ligt aan art. 7:419 BW – vergoeding van door de vennootschap geleden schade kan vorderen, als betrof het zijn eigen schade. Indien van het bestaan van de mogelijkheid van een zodanige vereenzelviging inderdaad mag worden uitgegaan, zal echter in ieder geval de eis moeten worden gesteld dat de pachter (behalve enig aandeelhouder, althans grootaandeelhouder) bestuurder van de bedoelde vennootschap is, omdat anders door de pachter de zeggenschap over het gepachte wordt prijsgegeven, hetgeen onverenigbaar zou zijn met de gehoudenheid van de pachter om het gepachte persoonlijk te gebruiken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen