Hof Arnhem 13 mei 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BE0213

BW 7:363 indeplaatsstelling Een beoordeling van het belang van de pachter bij voortzetting van de pacht is bij uitstek in de verlengingsprocedure (in het nieuwe recht: de beëindigingsprocedure) aan de orde. In de indeplaatsstellingsprocedure is dat belang slechts in zoverre aan de orde, dat bijvoorbeeld een zeer gering economisch belang van de pachter bij voortzetting van de pacht of een binnen afzienbare tijd te verwachten beëindiging van de onderneming van de pachter, mee kan brengen dat naar billijkheid indeplaatsstelling achterwege dient te blijven. Wat betreft boerderijcamping is van belang dat verpachters eerder toestemming hebben gegeven voor het inrichten daarvan. Tegen die achtergrond is het niet juist om vervolgens bij een beoordeling van de rentabiliteit van de onderneming van pachter de opbrengsten van de camping geheel buiten beschouwing te laten. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om in het kader van de indeplaatsstelling het object van de pachtovereenkomst te wijzigen of te beperken. Dat is ook niet bezwaarlijk, omdat een eventueel belang van de verpachter bij het eindigen van de pacht voor een gedeelte van het gepachte, door de verpachter in een verlengingsprocedure (oud recht) respectievelijk een beëindigingsprocedure (nieuw recht) aan de orde kan worden gesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen