Hof Arnhem 5 augustus 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BD9901

Het hof stelt voorop dat de eis van onverwijldheid van artikel 7:677 lid 1 BW de werkgever verplicht om met de nodige voortvarendheid te handelen. Dat betekent echter niet dat de werkgever geen tijd mag nemen om, weliswaar met de nodige voortvarendheid, onderzoek te (laten) doen naar de handelwijze van de werknemer, teneinde te voorkomen dat hij de werknemer ten onrechte, en op basis van onjuist gebleken verdenkingen, op staande voet zou ontslaan. De van de werkgever te verlangen voortvarendheid mag niet ten koste gaan van de, eveneens jegens de betrokken werknemer vereiste, zorgvuldigheid. Het enkele feit dat in juli 2005 al verdenking is gerezen van fraude en dat [appellant] eerst in november 2005 op staande voet is ontslagen, betekent dan ook niet dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven, zeker niet nu Nilfisk een recherchebureau (ACB) de opdracht had gegeven om onderzoek te verrichten naar mogelijke fraudepraktijken van [appellant], terwijl gesteld noch gebleken is dat dat bureau bij de uitvoering van die opdracht niet met de nodige voortvarendheid te werk is gegaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen