Hof Arnhem 22 juli 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BD8654
Naar het oordeel van het hof heeft ABN AMRO terecht aangevoerd dat zij een gerechtvaardigd belang heeft bij handhaving van het beslag. Weliswaar staat vast dat op dit moment de woning bij executie minder oplevert dan de erop rustende eerste hypothecaire lening, doch wanneer deze onderwaarde omslaat in een meerwaarde komt ABN AMRO bij opheffing van het beslag in een nadeliger verhaalspositie te verkeren. Het op 26 november 2004 gevestigde recht van tweede hypotheek zal immers bij herleving van het door de voorzieningenrechter opgeheven beslag niet, maar bij hernieuwde beslaglegging wél aan ABN AMRO kunnen worden tegengeworpen (zie artikel 505 lid 2 Rv). [geïntimeerden ] hebben - kort samengevat - betoogd dat het ABN AMRO niet is toegestaan het executoriaal beslag te handhaven voor conservatoire doeleinden, omdat een dergelijk beslag niet mag strekken tot bewaring van recht. Het is volgens [geïntimeerden ] niet de bedoeling van de wetgever geweest de mogelijkheid te bieden aan een natuurlijk of rechtspersoon om een object dat in eigendom toebehoort aan een ander voor onbepaalde tijd ter zekerheidsstelling beslagen te houden. Het hof wijst erop dat dit betoog wordt gelogenstraft door artikel 503 Rv, waarin is bepaald dat de schuldeiser gehouden is het bevel tot betaling als bedoeld in artikel 502 Rv te vernieuwen indien de schuldeiser een jaar na het bevel heeft laten verlopen. Het is niet vereist - hoewel het wel vaak zo zal gaan - om spoedig nadat het bevel tot betaling is gedaan, tot uitwinning over te gaan. Het is de schuldeiser toegestaan om, bijvoorbeeld in het geval er met de schuldenaar een betalingsregeling is aangegaan of, zoals in dit geval, in afwachting van het alsnog ontstaan van overwaarde op een uit te winnen onroerende zaak, de uitwinning uit te stellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl