Hof Arnhem 29 april 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BD3956
Kenmerkend voor deze zaak is dat de aanvankelijk door [appellanten sub 2 en 3] gevoerde en later afgebroken onderhandelingen over de koop van het landgoed, zonder dat [geïntimeerden] hiervan op de hoogte waren ten behoeve van [appellanten sub 2 en 3] zijn voortgezet door [appellant sub 1]. Deze heeft de koopovereenkomst uiteindelijk in eigen naam gesloten, maar ten behoeve van [appellanten sub 2 en 3] aan wie het landgoed dezelfde dag is doorgeleverd. Zoals ook de rechtbank – in appel niet bestreden – heeft overwogen (rechtsoverweging 5.1), dient onder deze omstandigheden de wetenschap van [appellanten sub 2 en 3] over (onder meer) de staat van onderhoud en de bouwkundige staat van het landgoed aan [appellant sub 1] te worden toegerekend.
De uitspraak op rechtspraak.nl