Hof Arnhem 15 april 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BC9878
Pachtbeëindigingsovereenkomst; uitleg. BW, 7:322, 7:323. Een redelijke en op de praktijk afgestemde uitleg van de wet brengt mee dat een overeenkomst waarbij partijen een eerdere pachtbeëindigingsovereenkomst herroepen voor de toepassing van artikelen 9 en 10 Pachtwet respectievelijk artikelen 7:322 en 7:323 Burgerlijk Wetboek als een nieuwe pachtovereenkomst moet worden beschouwd, ook wanneer een feitelijke beëindiging van de pacht nog niet heeft plaatsgehad. De opvatting die een zodanige overeenkomst ziet als een pachtwijzigingsovereenkomst leidt immers tot de onaannemelijke uitkomst dat de nakoming van een door de grondkamer goedgekeurde pachtbeëindigingsovereenkomst zou kunnen worden afgedwongen – óndanks de omstandigheid dat vaststaat dat partijen die overeenkomst inmiddels bij een nadere overeenkomst hebben herroepen – zolang laatstbedoelde overeenkomst nog niet door de grondkamer is goedgekeurd. Uitleg van in verdelingsakte opgenomen bijzonder beding.
De uitspraak op rechtspraak.nl