Hof Arnhem 18 maart 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BC9227
Voor zover [appellant] met dit betoog heeft willen aanvoeren dat [geïntimeerde] op de voet van artikel 7:658 lid 1 BW als (feitelijk) werkgever jegens hem aansprakelijk is, overweegt het hof als volgt. “Werkgever” in de zin van artikel 7:658 lid 1 BW is degene die voldoet aan het bepaalde in artikel 7:610 lid 1 BW. Daarvoor is méér nodig dan alleen een gezagsverhouding; er moet immers sprake zijn van het verrichten van arbeid gedurende een zekere tijd in dienst van de werkgever tegen loon. [geïntimeerde] was hier niet degene die het loon betaalde en evenmin degene die de werknemers van het Letsbureau aanstuurde. Maar nog afgezien daarvan, kan het enkele ingrijpen van een opdrachtgever die meent dat de door hem ingeschakelde aannemer het opgedragen werk onveilig uitvoert of laat uitvoeren, hooguit worden aangemerkt als het aanspraak maken op behoorlijke nakoming van de overeenkomst van aanneming. Het voert dan ook te ver daaruit af te leiden dat de opdrachtgever jegens de werknemers van de aannemer is opgetreden als werkgever.
De uitspraak op rechtspraak.nl