Hof Arnhem 19 februari 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BC6745
Aanspraak van vruchtgebruikster van de nalatenschap, waaronder uit de pachtovereenkomst voortvloeiende rechten, op nakoming door de pachter van uit de pachtovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen (artikel 3:9 lid 2 juncto 3:216 BW). Toepasselijkheid van artikel 8 PW/7:321 BW op een door de grondkamer in het kader van ruilverkaveling ex artikel 26 lid 3 Ruilverkavelingswet1954/156 Landinrichtingswet/77 Wet inrichting landelijk gebied opgemaakte akte. Akte heeft dezelfde kracht als een door de grondkamer goedgekeurde wijzigingsovereenkomst. Tot de datum van deze akte geldt de oorspronkelijke pachtverhouding en sedertdien de gewijzigde (artikel 10 PW/7:323 BW). Verjaring van de vordering tot nakoming van vervallen pachttermijnen (artikel 3:308 BW). Verrekening met pachtersaandeel waterschapslasten/ruilverkavelings/landinrichtingsrente (artikel 6:127 BW).
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 156 LIW
- Artikel 116 Wschw
- Artikel 6:96 BW6
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 6:127 BW6
- Artikel 3:9 BW3
- Artikel 3:70 BW3
- Artikel 3:166 BW3
- Artikel 3:216 BW3
- Artikel 3:218 BW3
- Artikel 3:308 BW3
- Artikel 3:309 BW3
- Artikel 3:316 BW3
- Artikel 3:317 BW3
- Artikel 8 Pachtnormenbesluit 1995
- Artikel 9 Pachtnormenbesluit 1995
- Artikel 77 Wilg