Hof Arnhem 22 februari 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BC5100
Naar het oordeel van het hof vindt de afwijzing van het gevraagde verlof tot het leggen van conservatoir beslag ten laste van [geïntimeerde] geen steun in het recht. Ingevolge het bepaalde in de artikelen 1:95, eerste lid, en 1:96, eerste lid, BW kunnen gemeenschapsschulden respectievelijk privé-schulden van een van de echtgenoten worden verhaald op de goederen van de gemeenschap. Dat [geïntimeerde] zelf geen schuldenaar is met betrekking tot de vordering waarvoor beslag wordt gelegd, staat niet eraan in de weg dat beslag wordt gelegd te haren laste op tot de gemeenschap behorende goederen die mede op haar naam staan. Dit brengt mee dat het verlof tot het leggen van conservatoir beslag op de van de huwelijksgemeenschap van [de echtgenoot] en [geïntimeerde] deeluitmakende woning (mede) ten laste van [geïntimeerde] kan worden verleend. Zie verder de herstelbeschikking in deze zaak die gepubliceerd is onder LJN: BV9824.