Hof Arnhem 22 januari 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BC2755

De erfverpachter kan aanspraak maken op een evenredig deel van melkquotum dat door de erfpachter (destijds pachter) is verkregen in het kader van de Beschikking Superheffing Bedrijfsopvolgingssituaties onderbezetting (BOSO). Uit de toelichting bij de Beschikking Superheffing Bedrijfsopvolgingssituaties (BOSO) blijkt dat de regeling is gebaseerd op artikel 3 lid 2 van Verordening (EEG) 857/84 (de voorloper van de thans geldende Verordening (EG) 1788/2003). Uit de aanhef en de leden van dat artikel kan worden afgeleid dat de achterliggende gedachte van de Verordening was om bij het vaststellen van de reguliere referentiehoeveelheid rekening te houden met een bijzondere situatie, zoals de situatie van een ontwikkelingsplan, een jonge landbouwer of een natuurramp. De op grond van de bijzondere situatie toegekende specifieke referentiehoeveelheid dient dus te worden beschouwd als een bijzondere invulling van de reguliere hoeveelheid. De Verordening waaraan de beschikking is ontleend, geeft dus geen aanleiding om de op grond van de BOSO toegekende referentiehoeveelheid anders te behandelen dan de “reguliere” hoeveelheid. De toekenning van de specifieke referentiehoeveelheid berust op het aantal standplaatsen en daarmee in wezen – maar administratief vereenvoudigd – op de productiecapaciteit van het bedrijf. De specifieke referentiehoeveelheid onderscheidt zich daarmee niet principieel van de reguliere referentiehoeveelheid. De productiecapaciteit, waarop toekenning van de referentiehoeveelheden berust, is niet alleen te danken aan de gedane investeringen. Ook de grond draagt bij aan de productiecapaciteit van het bedrijf en heeft aldus (mede) als grondslag gediend voor de toewijzing van de referentiehoeveelheden. Voor het antwoord op de vraag met welke in erfpacht gegeven grond referentiehoeveelheden samenhangen is doorslaggevend of de melkproductie waarop de toekenning van de referentiehoeveelheden is gebaseerd heeft plaatsgevonden met gebruikmaking van de verpachte (en nu in erfpacht uitgegeven) grond in het jaar dat als uitgangspunt voor die toekenning geldt. Het referentiejaar voor de BOSO-referentiehoeveelheid is niet 1983. Als ijkmoment geldt 1 april 1986, zoals blijkt uit artikel 7 lid 2 van de beschikking in combinatie met het gegeven dat de referentiehoeveelheid wordt toegekend op basis van het aantal standplaatsen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen