Hof Arnhem 20 november 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BC3963
Het feit dat partijen overeengekomen zijn dat [geïntimeerden] zelf zouden bijladen, bevrijdt [appellante] niet van haar eigen verplichting tot het deugdelijk zekeren, nu van [appellante] in redelijkheid had mogen worden verwacht dat zij begreep dat [geïntimeerden], als niet-professioneel en -deskundig op het gebied van verhuizingen, niet wisten dat ‘bijladen’ impliceerde dat dan ook alle bijgeladen zaken in de container deugdelijk vastgezet zouden moeten worden (door zekering van de zaken of door het afladen van de container). [appellante] diende er derhalve rekening mee te houden dat [geïntimeerden] de container niet, althans niet op correcte wijze zouden afladen. Nu [appellante] zelf ook stelt dat “in het geval de container niet geheel vol wordt volgeladen” het dan “vanzelfsprekend is dat de goederen met een schot en kruisverband worden afgezekerd” (memorie van grieven onder 22 alsmede onder 2), had [appellante] de door haar ingepakte zaken deugdelijk dienen vast te zetten of erop toe dienen te zien dat [geïntimeerden] dat deden. Dit zou alleen anders zijn indien [appellante] in duidelijke bewoordingen, voorafgaande aan het sluiten van de overeenkomst, met [geïntimeerden] had afgesproken dat [geïntimeerden], in geval zij zelf gingen bijladen, ook zelf voor het deugdelijk vastzetten van alle zaken (dus ook die welke reeds door [appellante] waren ingeladen) zouden dienen zorg te dragen, zodat [appellante] van haar verantwoordelijkheid op dit punt was bevrijd. Dat dit is geschied is niet komen vast te staan. De verklaring van [A.]: Wij hebben alledrie met [geïntimeerden] besproken dat alles in de container vast moest worden geladen” leidt niet tot een ander oordeel. In de eerste plaats volgt uit die verklaring niet dat de afspraken voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst zijn gemaakt. In de tweede plaats is die verklaring, in het licht van zijn verklaring “Ik kan echter niet meer zeggen hoe [geïntimeerde] hierop reageerde” onvoldoende specifiek om hieruit te kunnen afleiden dat [appellante] in duidelijke bewoordingen met [geïntimeerden] heeft afgesproken dat het deugdelijk vastzetten van alle zaken onder de verantwoordelijkheid van [geïntimeerden] viel. De stelling dat [geïntimeerden] al eerder een deel van zijn zaken had verladen en verscheept, kan evenmin tot een ander oordeel leiden, nu hieruit nog niet voortvloeit dat [geïntimeerden] als professioneel en deskundig op het gebied van verhuizingen kan worden aangemerkt en dit niet afdoet aan de eigen verantwoordelijkheid van [appellante].
De uitspraak op rechtspraak.nl