Hof Arnhem 6 november 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BC2967

Het hof is van oordeel dat onvoldoende feiten en omstandigheden zijn gebleken die de conclusie rechtvaardigen dat [appellante] heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, zodat niet is voldaan aan de definitie van consumentenkoop. Daarbij acht het hof met name van belang het geringe aantal nestjes dat [appellante] per jaar heeft. Bovendien is het hof niet gebleken dat [appellante] andere (aanverwante) beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten uitvoert zoals het hebben van een dierenpension. Ook de omstandigheden in samenhang bezien brengen het hof niet tot een ander oordeel. Er is derhalve geen sprake van consumentenkoop. Hetgeen [geïntimeerde] in dit kader voor het overige heeft gesteld, doet niet af aan voorgaand oordeel. De grieven slagen derhalve, zodat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen