Hof Arnhem 2 oktober 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BB8998

Voorop staat dat, als - zoals in het geval van [appellanten] - een werknemer in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is de bedongen arbeid te verrichten, de werkgever overeenkomstig het in artikel 7:658 lid 2 BW bepaalde, in overeenstemming met de werknemer een plan van aanpak moet opstellen, dat dan, met medewerking van de werknemer, regelmatig wordt geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. De werknemer is overeenkomstig het in artikel 7:660a, aanhef en sub b BW bepaalde verplicht aan het opstellen van het plan van aanpak mee te werken. Zolang hij dat zonder deugdelijke grond niet doet, kan de werkgever hem het verschuldigde loon onthouden (artikel 7:629 lid 3 sub e BW). Vraag is derhalve of [appellanten] zonder deugdelijke grond hebben geweigerd aan het opstellen van het plan van aanpak mee te werken. Leidraad daarbij vormen in het bijzonder de brieven van hun gemachtigde. In de door de Arbodienst ten behoeve van Hectas opgestelde plannen van aanpak met betrekking tot [appellante sub 2] en [appellant sub 1] van 11 februari 2003, respectievelijk 18 februari 2003 zijn als kerngegevens eerste probleemanalyse vermeld: eerste arbeidsongeschiktheidsdag, datum eerste probleemanalyse, functie, oorzaak van het verzuim, aard van de beperkingen, eindconclusie, prognose arbeidsmogelijkheden, prognose eigen werk en het advies. In beide voorgestelde plannen van aanpak staat achter eindconclusie : “nu geen benutbare mogelijkheden, in de toekomst wel benutbare mogelijkheden” en achter prognose eigen werk: “momenteel niet belastbaar”, respectievelijk “het eigen werk is te belastend wegens de beperkingen voor lopen, bukken en tillen.” [appellanten] hebben geweigerd deze plannen van aanpak te ondertekenen. Gelet op de inhoud van deze plannen zijn de daartoe aangevoerde gronden niet voldoende steekhoudend om daaraan het predikaat “deugdelijke grond” (art. 7:629 lid 3 BW) te kunnen geven. Dit betekent dat Hectas met recht vanaf 3 maart 2003 de betaling van het verschuldigde loon heeft stopgezet. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd en zullen [appellanten], als de in het ongelijk te stellen partijen, in de proceskosten van het hoger beroep worden veroordeeld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen