Hof Arnhem 2 oktober 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BB8618

Planet Capital heeft hiertegen ingebracht dat een fondsbeheerder van een venture capital fonds in de praktijk altijd een substantiële vergoeding ontvangt, ongeacht de prestaties van het desbetreffende fonds. Dit verweer kan haar niet baten omdat zij in de eerste plaats niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit bij het SET-fonds het geval is en in de tweede plaats een concessiehouder naast de inkomsten uit de exploitatie ook een prijs mag ontvangen, zij het dat de aanvullende prijs het exploitatierisico niet mag minimaliseren. Dat hiervan sprake zou zijn is noch gesteld, noch gebleken. In de tweede plaats is het hof van oordeel dat de selectie van een beherend vennoot op grond van de statuten van Essent c.s. (zie ten aanzien van Delta N.V. artikel 2.1 sub a en c van haar statuten zoals te kennen uit productie 11 inleidende dagvaarding en ten aanzien van Essent N.V. artikel 2.1 sub a en c en artikel 2.2 van haar statuten zoals te kennen uit productie 12 inleidende dagvaarding) moet worden geacht plaats te vinden in het kader van de in de artikelen 2 en 3 van het Bass genoemde activiteiten. Het voorgaande betekent dat de selectie van de beherend vennoot van het SET- fonds zal resulteren in een concessieovereenkomst zodat op grond van artikel 15 Bass, de bepalingen uit het Bass op deze concessieovereenkomst niet van toepassing zijn en Essent c.s. niet verplicht waren een formele aanbestedingsprocedure op de voet van het Bass te volgen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen