Hof Arnhem 30 oktober 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BB7167

Kort geding; melkquotum; dwangsom. Art. 254, 611a e.v. en 1019q Rv. Kort geding op grond van artikel 254 lid 4 en 1019q lid 2 Rv voor de pachtkamer. Ernstig tekortschieten pachter door verkoop aan een derde van het met het gepachte samenhangende varkensrecht. Dit neemt echter niet weg dat voor een met dwangsommen versterkte veroordeling van de pachter tot nakoming van de op hem rustende verbintenis tot overdracht van het productierecht bij gelegenheid van het einde van de pacht, geen plaats is indien hij reeds ten tijde van het bestreden vonnis in onmogelijkheid verkeerde om die verbintenis na te komen, onverminderd het recht op schadevergoeding dat aan verpachter toekomt. De omstandigheid dat pachter aan zichzelf heeft te wijten dat hij in bedoelde onmogelijkheid is komen te verkeren, is in dit verband niet van belang.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen