Hof Arnhem 7 augustus 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BB3972

Het hof is van oordeel dat [appellanten] niet-ontvankelijk zijn in hun tegen de gemeente ingestelde incidentele vordering. Blijkens het dictum van het eindvonnis van 6 juli 2005 zijn [appellanten] op de voet van art. 244 Rv veroordeeld om de kosten van de deskundige aan de griffier te voldoen. In dit stadium van de procedure geldt de griffier derhalve als schuldeiser die als gevolg van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad ondanks hoger beroep zou kunnen executeren. Een klacht over die uitvoerbaarverklaring bij voorraad behoorden [appellanten] daarom niet te richten tegen de gemeente maar tegen de griffier. Als in het ongelijk gesteld, zullen [appellanten] dan ook in de kosten van het incident worden veroordeeld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen