Hof Arnhem 24 juli 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BB1005
Lingewaard Wonen heeft de woning van [appellante] wegens huurachterstand ontruimd. Lingewaard Wonen heeft aan [appellante] toegezegd de inboedel gedurende drie maanden op te slaan en heeft deze daadwerkelijk opgeslagen in een (zee-)container. Toen [appellante] zich na ongeveer zes weken bij Lingewaard Wonen meldde om diverse inboedelgoederen, bleek alles in opdracht van Lingewaard Wonen per vergissing te zijn vernietigd. Deze, toerekenbare, tekortkoming van Lingewaard Wonen verplicht haar om de schade te vergoeden die [appellante] daardoor heeft geleden. [...] Bij de waardebepaling van een inboedel in een geval als dit gaat het niet om de executiewaarde en evenmin om de verkoopwaarde. [..] Vanwege haar leeftijd, sociale omstandigheden en psychische structuur kan niet in redelijkheid van [appellante] verlangt worden dat zij kringloopwinkels afzoekt [voor de vervanging van de inboedel]. [...] Om een schatting te maken van de waarde van de vernietigde inboedel van [appellante] heeft het hof de door het verbond van verzekeraars ([naam website/pdf]) gehanteerde inboedelwaardemeter 2006 ingevuld naar haar situatie in 2001.[...] Op basis van een en ander beloopt de geschatte waarde van de inboedel van [...] € 51.975,00. Dit betreft dan het prijspijl van 2006/2007. Ook met inachtneming van de prijsinflatie sedert 2001 overtreft dit bedrag de verzekerde som van € 37.209,97. Mede gelet op de inboedellijsten en de inboedelfoto’s is, alles in onderling verband en samenhang bezien, aannemelijk dat de waarde van de in 2004 vernietigde inboedel van [appellante] in ieder geval het gevorderde bedrag van € 37.209,97 heeft belopen.
De uitspraak op rechtspraak.nl