Hof Arnhem 10 juli 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BB0247

Uit de offerte-aanvraag blijkt dat het in deze aanbestedingsprocedure gaat om negen gemeenten (waaronder de gemeenten Nijmegen en Wijchen) die door middel van één aanbestedingsprocedure, met meerdere zorgaanbieders een raamcontract wensen af te sluiten voor het verlenen van hulp bij het huishouden. Uit punt 4.2 van de offerte-aanvraag blijkt verder dat binnen deze aanbesteding is gekozen voor een geografische indeling in percelen. Dit houdt in dat per gemeente een perceel is gemaakt. Voorts blijkt uit punt 4.3.1 van de offerte-aanvraag dat een zorgaanbieder kan inschrijven op één of meerdere percelen. De aanbieder kan zelf bepalen op welk perceel of welke percelen hij wenst in te schrijven, evenals het aantal uren waarvoor hij wenst in te schrijven. Op de aanbieding dient duidelijk vermeld te worden op welk perceel de aanbieding van de inschrijver betrekking heeft. Verder blijkt uit punt 4.3.4 dat een inschrijver in zijn aanbieding een prijs per perceel voor de drie categorieën (inschrijving kan ingevolge punt 4.3.1 van de offerte-aanvraag in drie categorieën plaatsvinden) afzonderlijk moet opnemen. Tenslotte wordt in punt 6.4.3.1 vermeld dat de inschrijver over aantoonbare ervaring dient te beschikken alsmede op welke wijze de inschrijver dat kan aantonen. Gelet op het hierbovengenoemde blijkt dat in de offerte-aanvraag steeds wordt gesproken van aanbieding/inschrijving in enkelvoud. Hiermee strookt niet de opvatting van TSN dat het bij de referentie-eis dan zou gaan om mininmaal 50 % van het aangeboden aantal zorguren per gemeente/per perceel. Het gevraagde aantal van ieder van de drie aan te leveren referentieopdrachten is derhalve gekoppeld aan de totale aanbieding en niet aan ieder perceel afzonderlijk. Een andere uitleg van de referentie-eis ligt ook niet in de rede omdat een zorgaanbieder alleen kan aantonen dat zijn organisatie voldoende in staat is om de door hem aangeboden diensten te verrichten, indien hij door middel van referenties kan aantonen dat hij voldoende ervaring heeft met het verrichten van een substantieel aantal van het totaal door hem aangeboden uren.

De uitspraak op rechtspraak.nl