Hof Arnhem 3 juli 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BA9964
Het hof is, mede gelet op artikel 14 van de akte, van oordeel dat de artikelen 7 onder a en 9 in onderling verband en samenhang moeten worden uitgelegd. De door Schaarshoek voorgestane uitleg van het begrip “inrichting” in artikel 7 onder a van de akte acht het hof vanuit taalkundig oogpunt niet dwingend. Dit begrip kan, gelet op het feit dat in artikel 7 onder a als categorieën van inrichtingen mede worden genoemd een pretpark en een openbare dancing, ook slaan op de niet op een vorm van permanente fysieke eenheid betrekking hebbende betekenissen “instelling, stichting, instituut” die in Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal, veertiende editie (2005) worden gegeven. Nu de begrippen “inrichting”, “instelling”, “stichting” en “instituut” een zeker structureel karakter vooronderstellen, is het eenmalig houden van de in 3.2 bedoelde conferentie en personeelsbijeenkomst – ook indien deze in strijd zouden zijn met de doelstelling van Schaarshoek, waarover hierna meer – naar het oordeel van het hof echter niet in strijd met artikel 7 onder a van de akte. Daarmee komt het hof toe aan de vraag of Schaarshoek in strijd heeft gehandeld met artikel 9 van de akte door het laten plaatsvinden van de in 3.2 bedoelde conferentie en personeelsbijeenkomst op haar terrein. Beslissend voor de beantwoording van deze vraag is de uitleg van de in artikel 7 onder a geciteerde doelomschrijving van Schaarshoek, alsmede de uitleg van het woord “geëxploiteerd” in artikel 9. Het hof is van oordeel dat het laten plaatsvinden van een conferentie van docenten en een bijeenkomst voor personeel van een recreatiepark, anders dan Schaarshoek stelt, bij gebreke van enig voldoende gemotiveerd gesteld verband tussen beide niet kan worden aangemerkt als bevorderlijk tot of in verband staand met het bevorderen van de volksgezondheid door het laten recreëren in de vrije natuur van door het Rode Kruis en dergelijke organisaties aan te wijzen kinderen en personen die in enige relatie staan tot de kinderen die in het kinderoord verblijven, en derhalve niet in overeenstemming is met de doelomschrijving van Schaarshoek, ook niet indien deze doelomschrijving overeenkomstig haar slotzinsnede in de ruimste zin wordt opgevat. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan evenmin worden volgehouden dat, zoals Schaarshoek stelt, bedoelde conferentie en bijeenkomst vanwege de financiële baten voor of het bevorderen van de naamsbekendheid van Schaarshoek bij scholen (indien schoolkinderen al tot de doelgroep van Schaarshoek behoren, hetgeen niet vaststaat) niet in strijd met artikel 9 van de akte kunnen worden geacht. Ook onderschrijft het hof niet het betoog van Schaarshoek dat het woord “geëxploiteerd” in artikel 9 van de akte een permanent en systematisch (en dus niet slechts incidenteel) gebruik veronderstelt. Blijkens bovengenoemd woordenboek moet onder “exploiteren”, voor zover te dezen van belang, worden verstaan “gebruiken om er voordeel uit te trekken, winstgevend maken”. Het incidentele (en, naar uit de stellingname van Schaarshoek voortvloeit, tegen betaling plaatsgevonden hebbende) gebruik van de hier aan de orde zijnde percelen in strijd met de doelstelling van Schaarshoek (zoals uit het hiervoor overwogene voortvloeit) impliceert dat bedoelde percelen niet slechts zijn geëxploiteerd overeenkomstig de in artikel 7 onder a geciteerde doelstelling van Schaarshoek, zoals artikel 9 van de akte vereist.
De uitspraak op rechtspraak.nl